Aanvullende tips

 

 
     
 

Hieronder een aantal nuttige tips om rekening mee te houden bij het samenstellen van een kader om tentoon te stellen. Het is dan een kwestie van "punten halen" bij de beoordeling. Voor sommige onderdelen worden punten in mindering gebracht bijvoorbeeld als de kwaliteit onder de norm is.
 

 

 
 

Tip1    Selecteer de juiste!

 
 



 

 
  Alle drie de postzegels gaan over skispringen. Maar welke nemen we op in ons tentoonstellingskader?
Kijk in dit geval eens naar het land waar de postzegels zijn uitgegeven. Ik denk dat er in Polen en in MongoliŽ weinig skispringers zijn die aan de Olympische Winterspelen zullen deelnemen. Die postzegels zijn alleen gemaakt voor de verzamelaars en vertellen niets over het land van herkomst. Het zal duidelijk zijn, de postzegel van Oostenrijk heeft de voorkeur; daar zijn veel beoefenaars van het skieŽn, veel ski-pistes en veel deelnemers aan de Winterspelen. Als je deze zegel opneemt geef je blijk dat je hebt nagedacht over de keus van het materiaal dat je wilt tonen.
 
 
 

 

 
 

Tip2    Pas op met Eerste Dag Enveloppen

 
 



 

 
  Het is niet verstandig om veel FDC's (Eerste-dag-enveloppen) op te nemen in je tentoonstellingskader. In feite zijn deze enveloppen "maakwerk" en de jury is er niet op gesteld. Eťn en soms twee exemplaren worden wel getolereerd, als ze een meerwaarde toevoegen en aan de verwachtingen voldoen.

Om dit te begrijpen moet je eens kijken naar een FDC. Er kunnen drie zaken worden onderscheiden: de postzegel, de stempel en een artistieke illustratie. De enige reden om een FDC in een thematische verzameling te gebruiken is DE STEMPEL ! De postzegel kun je immers gewoon apart laten zien; de illustratie kan wel mooi zijn, maar heeft niets met filatelie te maken.

Bovenstaande voorbeeld is trouwens een HEEL GOEDE KEUZE.
Deze FDC nummer 171 werd uitgegeven op 23 januari 1979 ter herdenking van 200 jaar Unie van Utrecht.
In 1579 werd de Unie van Utrecht ondertekend door een aantal gewesten en heerlijkheden in de lage landen. Deze overeenkomst wordt gezien als het begin van wat later de "Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden" zou worden.

De stempel op bovenstaande FDC toont de Nederlandse Leeuw met in zijn linker klauw 7 pijlen, die symbool staan voor de zeven provincies. Het mooie van deze FDC is dat op de postzegel diezelfde 7 pijlen terugkomen. En dit maakt deze FDC tot een PRIMA voorbeeld. Te gebruiken in verzamelingen over Utrecht en over de Nederlandse geschiedenis.

 
 
 

 

 
 

Tip3     Let op de kwaliteit van de stempel

 
     
 



 

 
  De linker zegel van deze 3 is afgestempeld met een zogenaamd "hoekstempel". Er is eigenlijk niets van het stempel te lezen, behalve een paar letters van de naam van de plaats van afstempeling.
Veel verzamelaars geven hier de voorkeur aan, omdat het zegelbeeld hier zo weinig mogelijk wordt verstoord door een stempel. Zo'n postzegel ziet er mooi uit en past goed in een verhaal over bijvoorbeeld Koningshuizen.

De tweede zegel laat een bijna compleet stempel zien van de vertrekplaats, in dit geval NEUZEN (=Terneuzen) en tevens de datum van afstempeling: 5-X-10N in 1929, hetgeen betekent 5 oktober 1929, 's avonds om 10 uur (=10N).
Deze stempel is het "neusje :-))" van de zalm voor de stempelverzamelaar. Thematisch zou het verhaal dan over Terneuzen moeten gaan.

De derde zegel heeft een vieze wat uitgelopen afstempeling, de stempel is moeilijk te lezen en vertroebelt het zegelbeeld. Dit is duidelijk 2e keus. Heb je die in je verzameling, probeer dan een beter exemplaar te zoeken (kopen).
 
 
 
 

 

 
 

Tip4   Let op de centrering
 

 
 


 

 
 
Het komt vrij veel voor bij oudere zegels, een slechte centrering. Bij bovenstaande zegels van Spanje uit 1900 met een portret van Koning Alfonso XIII is dat duidelijk te zien.
Neem in je kader een behoorlijk mooie centrering op. De rechterzegel is niet perfect, maar wel aanvaardbaar.
 
 
 
 

 

 
 

Tip5   Persoonlijke Postzegels

 
 

 


 

 
 


Er is een grote belangstelling ontstaan voor zogenaamde "persoonlijke postzegels" bij een grote groep verzamelaars.
Er kunnen 2 soorten worden onderscheiden. Allereerst zijn er de "persoonlijke postzegels" die door de posterijen worden uitgegeven, veelal in een vast kader. Dat kader is in de loop der jaren regelmatig veranderd. De tweede soort omvat de echte "persoonlijke postzegels" die door particulieren, organisaties en verenigingen worden uitgegeven. Dit zijn in het algemeen ook "persoonlijke" invullingen van een door de posterijen aangeleverd vast kader.
En tentoonstellen? Het wordt aangeraden om persoonlijke postzegels in zeer beperkte mate te gebruiken in een wedstrijdtentoonstelling, d.w.z. maximaal 2 stuks van de eerste soort per inzending. De tweede soort mag helemaal niet worden tentoongesteld, omdat die niet "algemeen verkrijgbaar" zijn geweest.

 

 
 

 

 
 
 
 
 
 
 
 
  Terug naar overzicht 12 filatelistische elementen
 
 
  Terug naar overzicht Filavaria